blog-erikb-inspearit1400x280

Ooit sprak ik met een manager die mij om advies vroeg over de samenwerking binnen zijn team. Het liep allemaal niet zo optimaal. Wat bleek: het team was verdeeld over locaties in twee landen. Wat ontwikkelaars en testers hier, wat ontwikkelaars en testers daar. Daar wilde ik het graag met hem over hebben. Wellicht voelde hij nattigheid, want zelfs voordat ik was gaan zitten gaf hij al aan dat het onbespreekbaar was om over die twee locaties te spreken. Dat lag nou eenmaal heel gevoelig binnen het bedrijf en was nou eenmaal zo besloten. Dus graag een ander advies voor zijn situatie …

Agile wordt tegenwoordig omarmt door grote bedrijven. Dat vind ik mooi maar in grote organisaties is toepassen van agile vaak een stuk lastiger. Veel van die organisaties zijn verspreid over meerdere landen. Voor de manager zijn er afspraken tussen die landen waar ze mee hebben te dealen.

Het werk wordt bijvoorbeeld ‘eerlijk verdeeld’ of componenten die internationaal worden gebruikt moeten ook door een internationaal team gemaakt worden. Omdat iedereen de lasten moet dragen of om te voorkomen dat het ene land het andere overheerst en component zo ‘naar zijn hand zet’. En zo zijn er nog meer redenen: De boel moet na de fusie of overname integreren en we moeten daartoe één bedrijfscultuur krijgen, bepaalde specialisaties moeten op bepaalde locaties clusteren, human resources moeten zo efficiënt mogelijk worden benut etc.

Voor mij gaat het echt te ver als de globalisering dwars door teams gaat lopen. Een team dient multifunctioneel te zijn, maar liever niet ‘multilocationeel’. De gevolgen zijn vaak groot: geen face-to-face events, geen spontane communicatie, niet samen voor het tekenbord kunnen staan, geen Kanban aan de muur, soms klokken die uren van elkaar kunnen verschillen, om nog maar te zwijgen over taal- en cultuurbarrières. Een Engelsman bedoeld met ‘interesting idea’ toch echt wat anders dan een flinke aanmoediging, ontdekte ik zo in mijn werkzame leven.

De makkelijkste weg is te wijzen op hoe fantastisch onze telefoons of laptops tegenwoordig toch niet de communicatie ondersteunen. Probleem opgelost toch en iedereen tevreden? Natuurlijk kun je met goede apparatuur en programmatuur een hoop bereiken, alhoewel ik meestal in de praktijk zie dat mensen met een groepje om een laptop scherm of telefoon staan te klungelen, die teleconferentie kamer helaas al bezet is of de kabel verdwenen en er onvoldoende budget is voor echt goed werkend en beschikbaar spul.

Goede teams doen er alles aan toch face-to-face te werken. Teams die flink wat afreizen naar elkaar om de boel toch maar werkbaar te houden. Ook ken ik teams die dit oplossen met gedelegeerde Scrum Masters en Product Owners op de tweede. Lekker tegen de scrumregels in, maar het werkt toch een stuk beter! En teams die de discipline hebben om die geeltjes dan maar op alle plekken te hangen en ze zo goed mogelijk synchroon te houden. Bravo!

Maar wat een verspilling eigenlijk. Waarom niet twee lokale teams die goed met elkaar afstemmen? Dat scheelt enorm in contactmomenten, misverstanden, dingen dubbel doen en wachten op elkaar. Elk team moet natuurlijk in staat zijn om haar werk te doen. Vorm die componenten- of functionele teams om naar feature- of open source teams, waarbij elk land zijn eigen lokale items kan afhandelen. Zorg dus dat de essentiële skills aanwezig zijn in elk land. Natuurlijk prima om de internationale verbanden stevig te houden, maar laat dat een cross-team aangelegenheden zijn. Dan zijn er nog momenten genoeg om af te stemmen. Worden de teams daardoor te klein? Laat ze dan ook ander werk oppakken.

Dus managers: hoe lastig het soms ook is gezien de opgelegde bedrijfspolitieke regels, vermijd die ineffectieve multinationale teams.

 

Erik Borgers

Heeft u een vraag?

Neem contact op